ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending arbeidsverplichtingen zonder strijd met artikel 8 EVRM
Appellant ontving bijstand en weigerde herhaaldelijk een arbeidscontract bij de Meergroep te accepteren. Het college verlaagde daarom zijn bijstand met 100% over meerdere periodes. Appellant stelde dat deze verlagingen zijn privéleven schonden en in strijd waren met artikel 8 EVRM Pro, en dat de maatregelen punitief waren.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellant weliswaar beperkt werd in zijn persoonlijke ontwikkeling, maar dat de verlagingen proportioneel waren en niet onevenredig nadelige gevolgen hadden in verhouding tot het publieke belang. Appellant had de mogelijkheid om het werkaanbod te accepteren en zo inkomen te verwerven.
De Raad wees ook het beroep op het Europees Sociaal Handvest af en concludeerde dat de maatregelen geen strafkarakter hadden. De verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens weigering arbeidscontract wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.