ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en inkomensvoorziening wegens weigering werkleeraanbod
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg vanwege de inwerkingtreding van de Wet investeren in jongeren (WIJ) een inkomensvoorziening toegekend. Het college bood appellant een werkleeraanbod aan bij het Haags werkbedrijf, gericht op het verbeteren van arbeidsvaardigheden via een veegtraject van 32 uur per week. Appellant weigerde echter deel te nemen aan dit traject en vroeg om beëindiging van zijn inkomensvoorziening.
Het college trok daarop het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening in en vorderde een bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij sinds 2003 onder behandeling was wegens paranoïde psychotische problemen en dat het werk niet passend was vanwege zijn psychische toestand. Tevens voerde hij aan dat hem geen verwijt viel te maken omdat hij geen ziektebewustzijn had.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij sinds 2003 onder behandeling was voor een psychiatrische aandoening of dat hij op het moment van belangelijke periode een dergelijke aandoening had. Het college mocht redelijkerwijs van appellant verlangen dat hij deelnam aan het traject, omdat hij zelf geen werk had gevonden en langere tijd niet regelmatig werkzaam was geweest. Appellant had bewust geweigerd deel te nemen aan het traject. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de bijstand en inkomensvoorziening bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en inkomensvoorziening wordt bevestigd vanwege de weigering van appellant deel te nemen aan het werkleeraanbod.