ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIJ-inkomensvoorziening wegens niet verstrekken inlichtingen
Appellant ontving sinds oktober 2009 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Na zijn verhuizing in januari 2011 verzocht het college hem om bankafschriften van drie rekeningen over de verstreken periode te overleggen om de rechtmatigheid van de uitkering te kunnen vaststellen.
Appellant verstrekte slechts afschriften van één rekening en leverde geen bewijs dat van de andere rekeningen geen afschriften bestonden. Het college trok daarom de inkomensvoorziening met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de intrekking en terugvordering disproportioneel waren en dat hij de brief verkeerd had geïnterpreteerd. De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking en terugvordering op grond van artikel 40 en Pro 54 van de WIJ. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WIJ-inkomensvoorziening en de terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften.