ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering bij verstandelijke beperking en zorgmijdend gedrag
Appellant, met een verstandelijke beperking en zorgmijdend gedrag, heeft zich op 14 april 2010 gemeld bij de gemeentelijke dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar heeft toen geen volledige aanvraag om bijstand ingediend. Pas op 15 november 2010 is de aanvraag formeel tot stand gekomen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende bijstand toe vanaf 15 november 2010.
Appellant stelde dat de aanvraag ten onrechte niet eerder werd behandeld en dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn geestelijke beperkingen, een eerdere ingangsdatum van de bijstand rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat volgens artikel 44 WWB Pro bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld met een aanvraag. Uit de feiten bleek dat appellant op 14 april 2010 geen volledige melding of aanvraag had gedaan, mede doordat zijn verblijfplaats niet was geregistreerd en hij niet in staat werd geacht de aanvraag in te dienen.
De verstandelijke beperking en zorgmijdend gedrag van appellant vormden geen bijzondere omstandigheden die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen, mede omdat appellant in de periode inkomsten kon genereren. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en bleef de bijstand ingangsdatum 15 november 2010 gehandhaafd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt toegekend vanaf 15 november 2010 en niet met terugwerkende kracht vanaf 14 april 2010.