ECLI:NL:CRVB:2010:BO8241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum bijstandsuitkering bij psychische ongeschiktheid tot aanvraag
Betrokkene meldde zich op 19 februari 2007 aan voor een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2006. Het College wees dit terugwerkende deel af omdat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn psychische toestand niet eerder een aanvraag kon doen of een derde daarvoor kon inschakelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat de medische verklaringen van zijn behandelend artsen voldoende aannemelijk maken dat betrokkene niet in staat was zelf of via derden een aanvraag te doen. Het College had onvoldoende onderzoek gedaan naar deze situatie.
In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel. De door het College aangevoerde giroafschriften die betalingen tonen, werden door betrokkene gemotiveerd toegelicht als betalingen uit het verleden zonder dat hij feitelijke activiteiten verrichtte. De Raad vond dat het College geen contra-expertise had geleverd en dat de medische verklaringen de psychische toestand juist en volledig weergeven.
Daarom moet de bijstand worden toegekend vanaf 1 juli 2006, de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan, ook al meldde betrokkene zich pas later. Het hoger beroep van het College wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden. Het College wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt met terugwerkende kracht toegekend vanaf 1 juli 2006 vanwege de psychische ongeschiktheid van betrokkene om eerder een aanvraag te doen.