ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking werkleeraanbod en inkomensvoorziening wegens niet-naleving arbeidsinschakelingsverplichtingen
Appellant ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) en was verplicht mee te werken aan activiteiten gericht op arbeidsinschakeling. Ondanks meerdere waarschuwingen en maatregelen meldde appellant zich herhaaldelijk niet tijdig af voor afspraken en verscheen zonder bericht niet op afspraken bij Concern voor Werk.
Het college trok daarom het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening met ingang van 27 januari 2011 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde aan dat zijn ziekte hem niet kon worden tegengeworpen en dat eerdere maatregelen uit 2010 niet meegewogen mochten worden.
De Raad oordeelde dat appellant, ondanks medische rapporten waaruit blijkt dat hij in staat is tot arbeid, herhaaldelijk zonder geldige reden niet aan zijn verplichtingen voldeed en dat hem dit te verwijten valt. De eerdere maatregelen en waarschuwingen uit 2010 waren relevant voor de beoordeling van de redelijkheid van het collegebesluit.
Daarom was het college bevoegd en gerechtvaardigd het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening in te trekken. Het hoger beroep van appellant faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening wordt bevestigd.