ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afzien van loonsanctie wegens voldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Appellant, een medewerker expeditie, viel op 29 oktober 2007 uit wegens fysieke en psychische klachten gerelateerd aan ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. Het UWV had aanvankelijk een loonsanctie opgelegd aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar deze werd later ingetrokken nadat de werkgever administratieve tekortkomingen herstelde en voldoende inspanningen verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de werkgever aan haar re-integratieverplichtingen had voldaan, ook al was er nog geen werkhervatting. Appellant stelde dat de werkgever willens en wetens intimidatie gebruikte, waardoor re-integratie onmogelijk werd gemaakt, maar deze stelling vond geen steun in de stukken.
De Raad bevestigt dat het UWV terecht heeft afgezien van verlenging van het loontijdvak en het opleggen van een loonsanctie. De medische rapportages en trajectplannen tonen aan dat de werkgever passende inspanningen heeft geleverd, waaronder het inschakelen van een re-integratiebedrijf voor een passend 2e spoor traject. De klachten over omgangsvormen doen hieraan niet af.
De uitspraak benadrukt dat het aan appellant was om voldoende feiten aan te dragen die het falen van de werkgever in re-integratie aannemelijk maken, hetgeen niet is gelukt. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft afgezien van het opleggen van een loonsanctie aan de werkgever.