ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten verblijfsvergunning echtgenote
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten die verband houden met een door zijn echtgenote gevoerde procedure over het verlenen van een verblijfsvergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat de echtgenote vanwege haar Surinaamse nationaliteit en verblijfstatus niet tot de kring van rechthebbenden volgens artikel 11 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB) behoorde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de kosten betrekking hebben op de echtgenote en niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan van appellant behoren zoals bedoeld in artikel 35 van Pro de WWB.
Het beroep op artikel 16, eerste lid, WWB, dat bijstand kan worden verleend bij zeer dringende redenen, slaagt niet omdat appellant zelf geen recht heeft op bijstand. Ook een latere fout van het college om abusievelijk bijzondere bijstand aan de echtgenote toe te kennen, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van de verblijfsvergunningprocedure van de echtgenote wordt afgewezen.