ECLI:NL:CRVB:2009:BK9128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens niet-gelijkstelling met Nederlander
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor eigen bijdragen in rechtsbijstandskosten. Het College van burgemeester en wethouders van Gouda wees de aanvraag voor appellante af omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit heeft en niet met een Nederlander gelijkgesteld kan worden op grond van artikel 11 van Pro de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en dat de kosten voor de bezwaarfase vergoed moeten worden. De Raad oordeelde dat appellante, met Marokkaanse nationaliteit, geen recht op bijstand heeft omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor gelijkstelling volgens de WWB en de Vreemdelingenwet 2000. Ook kan zij geen aanspraak maken op bijstand op grond van de Richtlijn 2003/86/EG.
Verder stelde de Raad vast dat de rechtsbijstandverlener een broer van appellant is, waardoor geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit leidt tot afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten voor de bezwaarfase.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand aan appellante wegens het ontbreken van gelijkstelling met een Nederlander.