ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoud kinderen
Appellant stelde beroep in tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om kinderbijslag te weigeren over het vierde kwartaal van 2009 en het eerste en tweede kwartaal van 2010 voor zijn drie kinderen. De kern van het geschil was of appellant de kinderen in die periodes in belangrijke mate heeft onderhouden.
De Raad concludeerde dat de kinderen niet tot het huishouden van appellant behoorden en dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk voor hen zorgde. Betalingen aan zijn zuster, die niet aannemelijk als verzorgster kon worden aangemerkt, waren onvoldoende. Ook de stelling dat geld niet rechtstreeks aan de kinderen kon worden overgemaakt werd verworpen omdat de kinderen zelf of hun oudere zuster rekeningen konden openen.
Appellant voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, omdat hem eerder kinderbijslag was toegekend. De Raad oordeelde dat dit niet opgaat, omdat appellant in het verleden onjuiste informatie had verstrekt en geen toezegging bestond voor toekomstige kinderbijslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoud door appellant.