ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand vóór meldingsdatum wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving een WAO-uitkering en aanvullend een WW-uitkering, gevolgd door een Ziektewet-uitkering die op 9 augustus 2010 eindigde. Zij vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 8 augustus 2010. Het college verleende bijstand vanaf de meldingsdatum 15 oktober 2010 en wees eerdere periode af wegens ontbreken van dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het wachten op een UWV-onderzoek naar een hogere WAO-uitkering bijzondere omstandigheden vormde die bijstand vóór de meldingsdatum rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat het afwachten van het UWV-onderzoek geen bijzondere omstandigheid is. Gezien de aanzienlijke inkomensdaling vanaf augustus 2010 had appellante tijdig bijstand moeten aanvragen. Haar keuze om te wachten was een eigen verantwoordelijkheid en rechtvaardigde geen afwijking van het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf de meldingsdatum zonder terugwerkende kracht.