ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel en terugvordering Ziektewet wegens onvoldoende re-integratie
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel in 2008 uit wegens pijnklachten. Het UWV stelde dat zij onvoldoende had meegewerkt aan haar re-integratie en legde een maatregel van 100% op, later verlaagd naar 75% na uitspraak rechtbank. Appellante voerde in hoger beroep aan volledig ongeschikt te zijn voor werk vanwege fysieke en psychische klachten.
De Raad beoordeelde dat de gedraging van appellante valt onder een schending van een verplichting van de derde categorie en dat de maatregel conform het Maatregelenbesluit op 25% is vastgesteld met een afwijkingsmogelijkheid tot 100%. Diverse verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante in staat was tot lichte werkzaamheden en dat zij zonder gegronde reden niet meewerkte aan re-integratie.
De Raad vond geen aanleiding om van de maatregel af te wijken en bevestigde het besluit van 3 mei 2012. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van 75% wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.