ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering ondanks bezwaren appellant
Appellant, die sinds 2004 ziekgemeld is en een WIA-uitkering ontving, kreeg deze per 10 oktober 2010 ingetrokken omdat het UWV na onderzoek oordeelde dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering omtrent beroepsmatig autorijden, maar liet de rechtsgevolgen in stand nadat het UWV dit had hersteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder het niet meenemen van nekklachten, eczeem en psychische klachten, en de ongeschiktheid van bepaalde functies vanwege fysieke en concentratie-eisen. Hij verzocht om een nieuw medisch onderzoek en overhandigde medicatiegegevens.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de lichamelijke en psychische belastbaarheid van appellant, mede op basis van rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Het verzoek om nieuw medisch onderzoek werd afgewezen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.