ECLI:NL:HR:2012:BY0531
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over proceskostenvergoeding bij beroepsmatige rechtsbijstand door familielid
Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak van de Rechtbank Utrecht over een verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking van een bezwaar tegen een WOZ-beschikking. De rechtbank wees het verzoek af omdat de rechtsbijstand werd verleend door de dochter van belanghebbende, waardoor volgens de rechtbank geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand.
De Hoge Raad oordeelde dat een familierelatie niet uitsluit dat de rechtsbijstand beroepsmatig is, mits de advocaat niet tot het huishouden van belanghebbende behoort en de rechtsbijstand op zakelijke basis wordt verleend. Uit de stukken bleek dat de advocaat-dochter werkzaam was bij een advocatenkantoor en beroepsmatig rechtsbijstand verleende, zonder aanwijzingen dat dit niet op zakelijke basis was.
De Hoge Raad stelde dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot proceskostenvergoeding had afgewezen en dat de zaak moet worden terugverwezen voor nieuwe beoordeling. Tevens werd het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van proceskostenvergoeding bij beroepsmatige rechtsbijstand door een familielid.