ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks psychische klachten
Appellante was administratief medewerkster en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 8 september 2010 na onderzoek door een verzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat de medische gegevens geen aanleiding boden voor twijfel aan het oordeel dat zij arbeidsgeschikt was.
In hoger beroep herhaalde appellante dat zij door een paniek- en angststoornis niet kon werken en overhandigde aanvullende medische informatie van haar huisarts en psycholoog. De Raad beoordeelde deze informatie en concludeerde dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig onderzoek hadden verricht en dat de klachten op de datum in geding niet zodanig ernstig waren dat zij arbeidsongeschikt was voor haar administratieve werkzaamheden van 20 uur per week.
De Raad hechtte doorslaggevende betekenis aan de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen, die erkenden dat er psychische klachten waren maar dat deze niet tot arbeidsongeschiktheid leidden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 8 september 2010 wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks psychische klachten.