ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op vakantiedagen, ATV-dagen en KNV-dagen bij faillissement werkgever
Appellant was werkzaam bij een werkgever die failliet ging, waarna hij een uitkering wegens betalingsonmacht bij het Uwv aanvroeg. Het geschil betrof de berekening van het tegoed aan vakantiedagen, ATV-dagen en KNV-dagen en de vraag of niet genoten KNV-dagen aan het vakantietegoed worden toegevoegd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat ATV- en KNV-dagen niet gelijk zijn aan vakantiedagen. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het Uwv bij de berekening van het vakantietegoed rekening moet houden met arbeidsrechtelijke regels, waarbij KNV-dagen niet aan het vakantietegoed worden toegevoegd.
Daarnaast stelt de Raad vast dat het Uwv naliet te beslissen over het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaalde bedragen en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van deze rente en de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over nabetaalde bedragen en proceskosten, en de besluiten worden vernietigd voor zover nalaten te beslissen over wettelijke rente.