ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M. Greebe
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van het vastgestelde dagloon in Ziektewetuitkering
Appellant was werkzaam bij een uitzendbureau en meldde zich ziek op 31 maart 2010. Het UWV kende hem op 17 mei 2010 een Ziektewetuitkering toe, berekend op een dagloon van €73,18. Appellant verzocht op 9 november 2010 om herziening van het dagloon vanwege minder gewerkte uren om medische redenen. Het UWV verhoogde het dagloon op 22 november 2010 naar €79,01, maar handhaafde de referteperiode.
Appellant maakte bezwaar tegen de gehanteerde referteperiode, stellende dat deze geen redelijke afspiegeling van zijn gederfde loon was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de referteperiode niet meer ter discussie kon staan. Appellant ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de referteperiode geen zelfstandig deelbesluit vormt en dat het UWV slechts beperkt bevoegd is het oorspronkelijke besluit te herzien. Nieuwe argumenten die eerder ingebracht hadden kunnen worden, gelden niet als nieuwe feiten. Het beroep van appellant faalt omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een verdere herziening rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om wettelijke rente af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 april 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het dagloon wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.