ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering WW-uitkering zonder ondernemersaftrek 2008
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om een eigen bedrijf te starten, waarbij 70% van de inkomsten als zelfstandige op de uitkering werd verrekend. Het UWV stelde later vast dat appellant hogere inkomsten had dan geschat en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellant voldoende was geïnformeerd en het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. In hoger beroep stelde appellant dat hem was toegezegd dat de ondernemersaftrek op de winst in mindering zou worden gebracht.
De Raad stelde vast dat het UWV het bestreden besluit niet langer handhaafde en zelf het terug te vorderen bedrag opnieuw vaststelde zonder de ondernemersaftrek over 2008 mee te rekenen. De Raad vernietigde het eerdere besluit en stelde het bedrag van de terugvordering vast op € 2.116,95. De Raad wees een vergoeding van het betaalde griffierecht toe en wees verdere proceskosten af.
Uitkomst: Het terug te vorderen bedrag wordt vastgesteld op € 2.116,95 zonder ondernemersaftrek over 2008.