ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging ziekengeldtermijn op grond van artikel 29c Ziektewet
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin de termijn van ziekengeldverlening aan betrokkene werd verlengd tot 30 augustus 2014. Betrokkene stelde dat de verlengingstermijn van vijf jaar onredelijk was en dat de termijn tot zijn pensioendatum moest worden vastgesteld vanwege het blijvend verhoogde gezondheidsrisico.
De Raad verwees naar de bestendige gedragslijn van appellant om de verlenging op vijf jaar te stellen, wat overeenkomt met de termijn van de standaard no-risk-polis. De Raad oordeelde dat deze gedragslijn acceptabel en niet onredelijk is, mede omdat artikel 29c Ziektewet geen termijn specificeert en een periodieke toetsing vereist.
Betrokkene's verzoek om de verlenging te laten ingaan op de datum van het nadere besluit of om nu al duidelijkheid te krijgen over toekomstige verlengingen werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde dat het nadere besluit ziet op het oorspronkelijke verzoek en dat er geen reden is om van de gebruikelijke termijn af te wijken.
De Raad veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene en bepaalde dat appellant griffierecht moet betalen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 maart 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlenging van de ziekengeldtermijn tot vijf jaar wordt ongegrond verklaard.