ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en oncontroleerbare inkomsten
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1987 bijstand. Naar aanleiding van een melding over zwartwerk als schoonmakers startte de sociale recherche een onderzoek, waarbij dossieronderzoek, observaties, bankgegevensvorderingen, woningdoorzoeking en verhoren plaatsvonden. Dit leidde tot intrekkingsbesluiten van de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1998.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde aan dat de getuigenverklaringen ongeloofwaardig waren, hij weinig verstand had van administratie en betwistte de hoogte van de terugvordering. De Raad oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar zijn en dat het ontbreken van een deugdelijke administratie voor rekening van appellant komt.
Hierdoor kon niet worden vastgesteld of er recht op bijstand bestond in de periode 1998-2009 en was de terugvordering terecht. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.