ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- H.G. Rottier
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet-melding zelfstandige uren
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en intrekking van zijn WW-uitkering en de terugvordering van een bedrag van €41.603,40 wegens het niet melden van gewerkte uren als zelfstandige vanaf 30 maart 2006.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden door geen opgave te doen van de zelfstandige uren. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de oriëntatieperiode voor het starten van een eigen bedrijf eindigde toen appellant acht uur als zelfstandige werkte, wat niet werd gemeld.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht het buitenwettelijke begunstigend beleid uit de Handleiding heeft toegepast en dat geen dringende reden bestaat om af te zien van terugvordering. Het beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering worden bevestigd.