ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.S. van der Kolk
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij ZW-uitkering ondanks eerdere WW-uitkering
Appellant ontving van maart tot juni 2009 een WW-uitkering en aansluitend een ZW-uitkering tot eind juli 2009. Vanaf 29 maart 2010 trad hij in dienst bij een werkgever en ontving vanaf mei 2010 ziekengeld gebaseerd op een vastgesteld dagloon van €27,94.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het dagloon correct was vastgesteld op basis van de uitkeringen en verdiensten in het refertejaar. Appellant stelde in hoger beroep dat alleen het inkomen vanaf de datum van indiensttreding relevant zou zijn, omdat de ZW-verzekering voortvloeit uit de nieuwe dienstbetrekking.
De Raad oordeelde dat volgens artikel 2 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen uitkeringen als loon worden beschouwd. Omdat appellant in de eerste maand van het refertejaar een WW-uitkering ontving, voldoet hij niet aan het vereiste voor starters en herintreders in artikel 6 van Pro het Besluit. De tekst van dit artikel laat geen afwijkende uitleg toe. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dagloon van €27,94 wordt bevestigd.