ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig verzekeringskundig onderzoek
Appellante was werkzaam als algemeen medewerkster en viel uit met psychische klachten. Na een periode van ziekte en het ontvangen van een WIA-uitkering, werd zij opnieuw ziek gemeld en ontving zij een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering op grond van een verzekeringskundig onderzoek, waarbij zij geschikt werd geacht voor functies als productiemedewerker, wikkelaar en elektronica monteur.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en lichamelijke klachten waren verergerd en dat de rechtbank haar situatie onvoldoende had meegewogen. Zij overhandigde een rapportage van een verzekeringsarts die haar beperkingen bevestigde. De Raad stelde vast dat deze arts appellante niet had onderzocht en zich baseerde op bestaande stukken, waaronder een brief van een psychiater.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante op de relevante datum geschikt was voor ten minste één van de geduide functies. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.