ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering huisbezoek en schending medewerkingsplicht
Appellante ontving sinds 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Na een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij onder meer werd vastgesteld dat haar ex-echtgenoot op haar uitkeringsadres stond ingeschreven, heeft het college twijfels gekregen over de rechtmatigheid van haar bijstand. Na een onaangekondigd huisbezoek op 16 september 2010, waarbij appellante de medewerking weigerde, heeft het college de bijstand ingetrokken.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het gesprek met de fraudepreventiemedewerkers op 3 september 2010 als bedreigend ervoer en daardoor voortijdig verliet, en dat zij de gevolgen van het weigeren van het huisbezoek niet begreep vanwege haar emotionele toestand. De Raad oordeelde dat het college terecht twijfelde aan de juistheid van de verstrekte gegevens en dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek.
De Raad stelde vast dat appellante duidelijk was geïnformeerd over het recht om het huisbezoek te weigeren en de mogelijke gevolgen daarvan. Er was geen objectief bewijs dat zij tijdens het huisbezoek niet begreep wat de weigering voor gevolgen had. De schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht was daarmee terecht vastgesteld en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens weigering van medewerking aan het huisbezoek en schending van de inlichtingenplicht.