ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als rijwielhersteller, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de functiebeoordeling deugdelijk waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen waren onderschat, met name op het gebied van handelingstempo, samenwerking en begeleiding. De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige bevestigden echter de eerdere conclusies na aanvullend onderzoek en motivering.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geduide functies passend waren. Wel werd het bestreden besluit vernietigd vanwege een onvoldoende gemotiveerde arbeidskundige grondslag na bijstelling van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.