ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag wegens ingezetenschap
Appellante diende op 19 augustus 2010 een aanvraag in voor kinderbijslag voor haar kinderen bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb weigerde de kinderbijslag toe te kennen vanaf het vierde kwartaal van 2010 omdat appellante volgens hen niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt en daardoor niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen duurzame persoonlijke band met Nederland bestond op de peildatum, waardoor appellante niet als ingezetene kon worden beschouwd. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk ingezetene was.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Svb terecht stelde dat appellante niet verzekerd was omdat zij niet als ingezetene kon worden aangemerkt. Echter, de rechtbank had het besluit moeten vernietigen omdat de Svb een onjuist beoordelingskader hanteerde bij de beoordeling van het ingezetenschap. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Svb om kinderbijslag te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.