ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot intrekking van WAO-uitkering na medische herbeoordeling
Appellante, werkzaam als secretaresse voor 20 uur per week, meldde zich in 1995 ziek en kreeg vanaf 1996 een volledige WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2007 door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat zij duurzaam benutbare mogelijkheden had en geen urenbeperking nodig was, waarna het UWV haar uitkering introk.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar medische situatie, met name migraine, psychische problematiek en overgewicht, onvoldoende was meegewogen. Diverse deskundigen, waaronder Van Mechelen en Van Kasteren-Van Delden, brachten rapporten uit met uiteenlopende conclusies over de noodzaak van een urenbeperking.
De Raad benoemde uiteindelijk de arts Bins als onafhankelijke deskundige, die op basis van een uitgebreide medische dossieranalyse concludeerde dat appellante duurzaam inzetbaar was zonder urenbeperking. De Raad volgde dit oordeel en verwierp de stellingen van appellante over volledige arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding geven tot het aannemen van een urenbeperking en bevestigde het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van appellante.