ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- D.J. van der Vos
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en verlaging Wajong-uitkering wegens anticumulatie
Appellante ontvangt sinds 1993 een Wajong-uitkering en werkt sinds 1996 als klasse-assistente. Het UWV heeft haar uitkering verlaagd voor de maanden oktober 2009, december 2009 en vanaf januari 2010 vanwege inkomsten uit arbeid, en een bedrag van €2.184,14 teruggevorderd als teveel ontvangen uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante betwistte dit in hoger beroep, stellende dat het UWV niet met terugwerkende kracht de anticumulatiebepaling had mogen toepassen omdat zij geen verwijt treft.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht artikel 50, eerste lid, van de Wajong toepast en de terugvordering uitvoert, omdat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat extra inkomsten de uitkering zouden verlagen. Er is geen dringende reden om van terugvordering af te zien.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering en verlaging van de Wajong-uitkering worden bevestigd.