ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten vanwege ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten, alsmede voor de eerste maand huur en administratiekosten. Het college wees deze aanvragen af omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en appellant reeds woonde in een voor ouderen geschikte benedenwoning met voorzieningen.
Appellant voerde aan dat zijn oude woning niet rolstoel- of scootmobieltoegankelijk was en dat hij vanwege spierklachten moest verhuizen. Deze medische noodzaak werd niet met objectieve gegevens onderbouwd. Het college stelde dat het beleid voor ouderen van 55 jaar en ouder een minder strenge toets hanteert, maar dat appellant al in een passende woning woonde.
De Raad oordeelde dat de verhuis- en inrichtingskosten incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten zijn die in principe uit het eigen inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Deze bijzondere omstandigheden ontbraken hier. Ook voor de eerste maand huur en administratiekosten werd geen bijzondere bijstand toegekend, omdat hiervoor al was voorzien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.