ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn bij WWB-aanvraag
Appellant diende op 6 september 2010 een aanvraag bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam nam de aanvraag niet in behandeling en vorderde een eerder verleend voorschot terug. Appellant diende op 29 november 2010 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar dit was na de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Appellant stelde in hoger beroep dat hij binnen de termijn mondeling bezwaar had gemaakt en telefonisch contact had gehad met een medewerker, wat als een gebrekkig bezwaar moest worden gezien.
De Raad oordeelde dat bezwaar schriftelijk moet worden ingediend en dat appellant dit pas na de termijn had gedaan. Er was geen bewijs dat binnen de termijn stukken waren ingediend of dat het college op de hoogte was gesteld van een bezwaar. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.