ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellant heeft op 16 februari 2010 een aanvraag om bijstand ingediend bij het Werkplein Den Haag Centrum, waarbij hij aangaf te wonen op een bepaald adres in ’s-Gravenhage. Vanwege twijfels over zijn woon- en leefsituatie heeft het Werkplein een onderzoek ingesteld, inclusief gesprekken en een huisbezoek. Het rapport van 29 maart 2010 concludeerde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn feitelijke verblijfplaats.
Op basis hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage de aanvraag om bijstand op 29 maart 2010 afgewezen en het bezwaar op 28 juni 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft dit besluit bevestigd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant tekort is geschoten in zijn inlichtingenverplichting, omdat hij onjuiste en onvolledige gegevens over zijn woonadres heeft verstrekt. Tijdens het huisbezoek werden tegenstrijdigheden geconstateerd, zoals een extra bed, post en kleding die niet van appellant waren, en het ontbreken van een sleutel. Ook de verklaring van de hoofdbewoner en de latere bijstandsverlening op een ander adres waren onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende naleving van de inlichtingenverplichting over het woonadres.