ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding na echtscheiding
Appellanten, voormalig gehuwd en gescheiden in 2005, ontvingen bijstand volgens de norm voor alleenstaande ouders. Het college herzag de bijstand en stelde vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de bijstand moest worden herzien naar de norm voor gehuwden. De Sociale Recherche voerde onderzoek uit, waarbij verklaringen en dossieronderzoek werden betrokken.
De Raad beoordeelde dat appellanten over de eerste periode (25 april 2005 tot 7 november 2005) niet duurzaam gescheiden leefden, zodat het college onterecht de toetsing aan gezamenlijke huishouding toepaste. Over de tweede periode (vanaf 7 november 2005) was er sprake van gezamenlijke huishouding, omdat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden.
De verklaringen van appellanten en getuigen werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks bezwaren tegen de getuigenverklaringen. De Raad vernietigde het besluit voor het eerste deel van de periode, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstand wordt vernietigd voor de periode 25 april 2005 tot 7 november 2005, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.