ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag op grond van de Toeslagenwet
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) die het UWV op 16 maart 2010 herzag en terugvorderde wegens het niet opgeven van de inkomsten van zijn partner over de periode van 18 juni 2007 tot en met 26 april 2009. Appellant voerde aan dat hij niet wist dat hij de inkomsten telkens moest opgeven en dat hij niet opzettelijk informatie had verzwegen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij te veel toeslag ontving. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel en stelde vast dat ook zonder opzet sprake kan zijn van schending van de inlichtingenplicht. Het UWV heeft het buitenwettelijk begunstigend beleid op consistente wijze toegepast.
De Raad concludeerde dat appellant in strijd met de inlichtingenplicht handelde en dat het UWV daarom terecht de toeslag met terugwerkende kracht heeft herzien en de onverschuldigd betaalde bedragen heeft teruggevorderd. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet gebleken. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde toeslag wordt bevestigd.