ECLI:NL:CRVB:2011:BR5375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering toeslag ondanks financiële problemen appellant
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen de herziening en terugvordering van zijn toeslag ongegrond verklaarde. Het Uwv had de toeslag herzien omdat appellant vanaf 1 januari 2007 een hoger bruto-inkomen ontving, wat invloed had op de hoogte van de toeslag. De rechtbank oordeelde dat het voor appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij teveel toeslag ontving en dat er geen dringende redenen waren om van herziening of terugvordering af te zien.
In hoger beroep stelde appellant dat hij alle benodigde informatie aan het Uwv had verstrekt en dat het Uwv fouten had gemaakt, waardoor hij niet wist dat hij teveel toeslag ontving. Ook wees hij op ernstige financiële problemen door de terugvordering van € 16.282,33. De Raad overwoog dat het beleid van het Uwv, als buitenwettelijk begunstigend beleid, terughoudend wordt getoetst en dat het beleid hier op consistente wijze was toegepast.
De Raad bevestigde dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn hogere inkomen invloed had op de toeslag en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van herziening of terugvordering. De financiële situatie van appellant en het ontbreken van verwijtbaarheid zijn volgens vaste rechtspraak geen reden om de terugvordering te stuiten. De Raad wees erop dat het Uwv rekening houdt met de financiële situatie bij aflossing of inning van de vordering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de toeslag ondanks de financiële situatie van appellant.