ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ziekte van Bechterew
Appellante ontving van juni 1995 tot mei 2005 een WAO-uitkering wegens nek-, schouder- en armklachten. Deze werd beëindigd bij besluit van 4 maart 2005. Later ontving zij een Ziektewet-uitkering vanaf april 2008, die het UWV per 13 juli 2009 beëindigde omdat zij geschikt werd geacht voor passende arbeid.
Appellante verzocht om herziening van dit besluit op grond van een nieuwe diagnose van de ziekte van Bechterew. Het UWV wees dit verzoek af, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de diagnose geen nieuwe feiten opleverde die tot een andere beslissing konden leiden.
In hoger beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en de progressieve aard van de ziekte. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht de medische stukken van reumatologen Janssen en Linssen-Ramakers had betrokken, maar dat deze geen bewijs leverden dat de beperkingen op de datum van de beëindiging al bestonden. De Raad bevestigde dat appellante geschikt bleef voor passende arbeid en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.