ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restantvordering WWB wegens niet voldoen betalingsverplichtingen
Appellante verzocht om kwijtschelding van een restantvordering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college had de uitkering ingetrokken en een terugvordering ingesteld, waarbij appellante niet volledig aan haar betalingsverplichtingen had voldaan. Ondanks loonbeslag en verzoeken om financiële gegevens, werd niet aan de voorwaarden voor kwijtschelding voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het afwijzende besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij sinds medio 2005 via loonbeslag aflost en daarom in aanmerking zou komen voor kwijtschelding. De Raad oordeelde dat er geen aaneengesloten periode van vijf jaar volledige aflossing was, omdat in de periode januari tot juni 2009 geen aflossingen plaatsvonden.
Daarnaast voerde appellante een beroep op het vertrouwensbeginsel aan op basis van een brief van het college, maar de Raad stelde dat deze brief geen ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging bevatte. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restantvordering wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van vijf jaar onafgebroken volledige aflossing.