ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over toepassing artikel 44 WAO bij vaststelling inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Vanaf 2001 werkte hij als zelfstandige, waarbij hij verlies leed in 2001 en 2002 en winst maakte in 2003. Het UWV stelde bij besluit van juni 2010 vast dat de WAO-uitkering over 2003 moest worden herzien op basis van een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse (15-25%) en beëindigde de uitkering per 1 januari 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het UWV terecht de fiscale winst van €16.314 als relevante inkomsten uit arbeid had aangemerkt volgens artikel 44 WAO Pro. Tevens oordeelde de rechtbank dat de uitkering terecht was ingetrokken vanwege het niet nakomen van de informatieplicht door appellant.
In hoger beroep betwist appellant de winstcijfers en stelt dat hij aanvankelijk onjuiste gegevens had verstrekt zonder dat hem dit kan worden aangerekend. De Raad concludeert dat het UWV op goede gronden het bedrag van €16.314 mocht hanteren, omdat appellant zijn lagere winst niet met objectief verifieerbare gegevens kon aantonen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.