ECLI:NL:CRVB:2013:CA0059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering WW-uitkering wegens onterecht gefingeerd dienstverband
Appellante had een WW-uitkering ontvangen na het beëindigen van haar werkzaamheden bij Uitzendbureau Noordzee. Het UWV stelde dat sprake was van een gefingeerd dienstverband en besloot de uitkering terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geen werkzaamheden voor Noordzee of de inlener had verricht.
In hoger beroep stelde appellante dat de verklaringen van de eigenaren van de inlener tegenstrijdig waren en dat zij wel degelijk had gewerkt voor de inlener. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende feiten had aangevoerd om het gefingeerde dienstverband aannemelijk te maken. De verklaringen van appellante bevatten details die overeenstemden met de oorspronkelijke aannames bij de toekenning van de uitkering.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. Het besluit van het UWV werd herroepen en de terugvordering van de WW-uitkering ingetrokken. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd en herroepen, met vergoeding van proceskosten aan appellante.