ECLI:NL:CRVB:2013:CA0088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning racetandem als individuele voorziening op grond van Wmo
Appellant, die zeer slechtziend is, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een vergoeding voor een racetandem aan ter vervanging van een eerder aangeschaft exemplaar dat onherstelbaar kapot was gegaan. Het college wees de aanvraag af omdat sportvoorzieningen volgens hen niet onder de Wmo vallen en appellant ook op andere manieren kan sporten en sociale contacten onderhouden.
De rechtbank Breda vernietigde dit besluit en stelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de persoonlijke situatie van appellant en de rol van de racetandem bij zijn maatschappelijke participatie. Het college handhaafde daarop de afwijzing na een aanvullend onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat wielrennen een centrale rol speelt in het sociale leven van appellant en dat het gebruik van een racetandem essentieel is voor zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De Raad oordeelt dat het college dit onvoldoende heeft meegewogen en dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.
De Raad kan zelf niet in de zaak voorzien omdat het college verschillende mogelijkheden heeft om de voorziening toe te kennen. Daarom draagt de Raad het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van appellant en de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen over de toekenning van een racetandem als individuele voorziening.