ECLI:NL:CRVB:2013:CA0191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 1981 een WAO-uitkering en kreeg in 2008 een toeslag op grond van de Toeslagenwet toegekend. Het UWV trok deze toeslag in 2009 in omdat het totale inkomen hoger was dan het minimumloon en stelde een terugvordering vast van €5.926,07. Vervolgens stelde het UWV een maandelijkse invordering vast, die appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en het UWV bevoegd was het bedrag te verrekenen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel aan zijn plicht had voldaan, dat het UWV over alle inkomensgegevens beschikte en dat er geen rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. Ondanks diverse verzoeken heeft appellant niet alle benodigde gegevens verstrekt. Het UWV was bevoegd om het bedrag vast te stellen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. Aangezien appellant werd bijgestaan door een gemachtigde en geen bewijs was dat hij niet in staat was gegevens te verstrekken, hoefde het UWV geen rekening te houden met persoonlijke problematiek.
Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de toeslag wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht door appellant.