ECLI:NL:CRVB:2013:CA0192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag ondanks persoonlijke omstandigheden appellant
Appellant ontvangt sinds 1981 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en kreeg in 2008 een toeslag op grond van de Toeslagenwet toegekend. Het UWV trok deze toeslag later in en legde een terugvordering op wegens een inkomen boven het minimumloon. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond en stelde de terugvordering vast.
De rechtbank vernietigde het besluit slechts gedeeltelijk, met name over de ontvankelijkheid van een bezwaar, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de inkomstenopgave onjuist was en dat hij niet had afgezien van een hoorzitting. Tevens stelde hij dat zijn persoonlijke problematiek onvoldoende was meegewogen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de inkomstenopgave onjuist was of dat de intrekking en terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen leidde. Ook was terecht van een hoorzitting afgezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de toeslag bevestigd.