ECLI:NL:CRVB:2013:CA0382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens niet voldoen aan redelijke eisen tijdens proeftijd
Appellant werd per 1 november 2009 in eerste instantie aangesteld met een besluit dat een vaste aanstelling inhield, maar dit besluit werd later ingetrokken en vervangen door een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef voor de duur van één jaar. Tijdens de proeftijd vonden meerdere functioneringsgesprekken plaats waarin werd vastgesteld dat appellant op diverse punten verbetering behoefde, zoals schrijfvaardigheid, adviesvaardigheid, politieke sensitiviteit en proactief handelen.
Ondanks de geboden mogelijkheden tot verbetering, bleek appellant niet te voldoen aan de redelijke eisen en verwachtingen die aan zijn functie werden gesteld. De minister verleende daarop eervol ontslag op grond van artikel 95, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Appellant voerde aan dat hij een vaste aanstelling had en dat hij pas na het ontslag bekend was geworden met het besluit tot tijdelijke aanstelling, maar dit verweer werd verworpen wegens tijdige kennisgeving en het ontbreken van een vaste aanstelling.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank dat het besluit tot niet voortzetten van de proeftijd terughoudend wordt getoetst en dat de minister in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen. De overgelegde referentie van appellant deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd.