ECLI:NL:CRVB:2014:652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijk dienstverband zonder vaste aanstelling
Appellant was vanaf 15 september 2008 tot 15 september 2011 in tijdelijke dienst bij de Dienst van de Minister van Economische Zaken, met meerdere tijdelijke aanstellingen. Op 12 september 2011 vond een exit-gesprek plaats en appellant leverde zijn personeelspas in op 15 september 2011. Appellant stelde dat door de overschrijding van 36 maanden een vast dienstverband was ontstaan.
De minister stelde dat geen vast dienstverband was ontstaan en wees op een vergissing bij het invoeren van de einddatum in het personeelssysteem P-Direkt. Partijen waren het er van meet af aan over eens dat het dienstverband na drie jaar zou eindigen. De Raad oordeelde dat appellant dit had kunnen en moeten begrijpen, mede gelet op functioneringsgesprekken en het feitelijke gedrag van partijen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem dat appellant geen recht had op een vast dienstverband. De vermeende overschrijding van de termijn was het gevolg van een kennelijke vergissing en niet van een rechtsgevolg dat appellant kon ontlenen aan het aanstellingsbesluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat geen vast dienstverband is ontstaan wordt bevestigd.