ECLI:NL:CRVB:2017:3990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- H. Benek
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dienstverband voor onbepaalde tijd na vier opeenvolgende tijdelijke aanstellingen
Appellante was werkzaam bij het Erasmus MC via een detacheringsovereenkomst en vervolgens meerdere tijdelijke aanstellingen. De raad van bestuur stelde dat de aanstelling van 14 mei 2015 de derde tijdelijke aanstelling was en dat het dienstverband op 21 mei 2016 rechtsgeldig eindigde.
De rechtbank Rotterdam oordeelde in lijn met de raad van bestuur dat er geen vierde tijdelijke aanstelling was en dat het dienstverband niet was omgezet in een aanstelling voor onbepaalde tijd. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de stilzwijgende voortzetting van het dienstverband als derde schakel moest worden meegeteld, waardoor het besluit van 14 mei 2015 de vierde tijdelijke aanstelling betrof.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de stilzwijgende voortzetting inderdaad als derde schakel moet worden aangemerkt en dat de uitdrukkelijke voortzetting op 14 mei 2015 de vierde tijdelijke aanstelling vormde. Hierdoor ontstond op grond van de CAO UMC per 21 mei 2015 een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het bestreden besluit werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
De Raad veroordeelde de raad van bestuur tevens in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. Hiermee werd de rechtspositie van appellante versterkt en werd de werkgever gehouden aan de wettelijke ketenbepalingen in de CAO UMC.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat per 21 mei 2015 een dienstverband voor onbepaalde tijd is ontstaan en vernietigt het bestreden besluit.