ECLI:NL:CRVB:2013:CA0563

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-623 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWBArt. 16, eerste lid, WWBBesluit zorgverzekeringArt. 2.14 Regeling zorgverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage aanschaf hoorapparaten

De appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van € 2.400,-- voor de aanschaf van twee hoorapparaten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Slochteren werd afgewezen. Het college baseerde zich op artikel 15 van Pro de WWB, waarbij de Zorgverzekeringswet als toereikende en passende voorliggende voorziening werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep stelde appellant dat de vergoeding vanuit de zorgverzekering onvoldoende was om de medisch noodzakelijke hoorapparaten aan te schaffen en dat het gemeentelijk beleid bijzondere bijstand voor onderhoud en reparatie wel toestaat. Tevens voerde hij aan dat er sprake was van een acute noodzaak die een zeer dringende reden oplevert volgens artikel 16 van Pro de WWB.

De Raad overwoog dat de eigen bijdrage is vastgesteld op basis van de Zorgverzekeringswet en dat dit een bewuste keuze betreft over de vergoeding van kosten. Hierdoor kan bijzondere bijstand op grond van artikel 15 WWB Pro niet worden toegekend, ongeacht de medische noodzaak. Het gemeentelijke beleid voor onderhoud en reparatie is niet van toepassing op aanschafkosten en verplicht het college niet tot aanvullende bijstand. Ook werden geen zeer dringende redenen vastgesteld om af te wijken van artikel 15.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van twee hoorapparaten wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.

Uitspraak

12/623 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 december 2011, 11/782 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Slochteren (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L.G. Mellens-Schrage, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 9 april 2013, waar partijen, met bericht, niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 11 maart 2011 heeft het college, voor zover hier van belang, de aanvraag van appellant van 19 januari 2011 om bijzondere bijstand afgewezen, voor zover deze ziet op de eigen bijdrage van € 2.400,-- in de kosten van twee hoorapparaten. Aan dat besluit heeft het college ten grondslag gelegd, onder verwijzing naar artikel 15 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB), dat de Zorgverzekeringswet (Zvw), voor de onderhavige kosten moet worden beschouwd als een toereikende en passende voorliggende voorziening, zodat voor bijzondere bijstand voor deze kosten geen plaats is. Het college heeft geen zeer dringende redenen, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, gezien om van artikel 15 van Pro de WWB af te wijken.
1.2. Bij besluit van 22 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 11 maart 2011, voor zover hier van belang, ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat hij met voldoende medische gegevens heeft aangetoond dat hij afhankelijk is van een hoorapparaat en dat hij op basis van de zorgverzekering slechts een zeer gering bedrag vergoed krijgt. Voor dat bedrag kan hij nimmer de voor hem geschikte en medisch noodzakelijke hoortoestellen aanschaffen. Hierbij heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat geen sprake kan zijn van een toereikende en passende voorliggende voorziening vanwege het verschil tussen de geringe vergoeding enerzijds en de hoge kosten anderzijds. Voorts heeft appellant gewezen op het door de gemeente Slochteren gevoerde beleid dat voor gebruikskosten, onderhoud en reparatie van een hoortoestel onder voorwaarden wel bijzondere bijstand wordt verleend. Naar zijn mening heeft de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom die omstandigheid er niet toe leidt dat alsnog bijzondere bijstand moet worden verleend. Tot slot heeft appellant aangevoerd dat, gelet op de noodzaak van de aanschaf van de hoortoestellen in verband met zijn maatschappelijk functioneren, wel degelijk sprake is van een acute noodzaak die een zeer dringende reden oplevert als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Op grond van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB strekt het recht op bijstand zich niet uit tot de kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk zijn aangemerkt. Indien binnen de voorliggende voorziening een bewuste keuze is gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van deze kosten, kan het bijstandverlenend orgaan daarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand toekennen.
4.2. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 19 april 2011, LJN BQ3009) worden de Zvw, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de op deze wetten gebaseerde regelgeving voor de kosten van (para)medische zorg in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening als bedoeld in artikel 15 van Pro de WWB beschouwd.
4.3. De eigen bijdrage van appellant in de kosten van de aanschaf van twee hoortoestellen is vastgesteld op basis van het op de Zvw gebaseerde Besluit zorgverzekering en artikel 2.14 van de Regeling zorgverzekering. Nu met deze eigen bijdrage een bewuste keuze is gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van de kosten, staat artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB - ongeacht de medische noodzaak voor appellant om de hoortoestellen aan te schaffen - aan toekenning van bijzondere bijstand voor deze eigen bijdrage in de weg.
4.4. Het college voert het beleid dat bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor gebruiks-, onderhouds- en reparatiekosten van hoortoestellen. Het staat vast dat de in dit geding aan de orde zijnde kosten betrekking hebben op de aanschaf van twee hoortoestellen en om die reden dus niet onder het toepassingsbereik van dit beleid vallen. Uit dit beleid kan voorts niet een verplichting voortvloeien om ook voor de kosten van de aanschaf van hoortoestellen beleid inzake verlening van bijzondere bijstand te voeren, wat gelet op 4.1 tot en met 4.3 zou neerkomen op een verplichting om buitenwettelijk, begunstigend beleid te voeren.
4.5. Tot slot is er geen sprake van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB om van artikel 15 van Pro de WWB af te wijken. Wat appellant hiertoe in hoger beroep heeft aangevoerd komt neer op een herhaling van wat hij bij de rechtbank naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft terecht met een verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 28 juli 2011, LJN BR3948) geconcludeerd dat geen sprake is van een acute noodsituatie.
4.6. Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, wordt bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en J.F. Bandringa en P.W. van Straalen als leden, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2013.
(getekend) J.C.F. Talman
(getekend) M. Sahin
HD