ECLI:NL:CRVB:2013:CA0745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum Wajong-uitkering bij terugkeer uit buitenland
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds 2004. Het UWV stelde aanvankelijk dat hij niet onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep stelde het UWV vast dat appellant recht had op een uitkering vanaf 18 februari 2003, maar beperkte de ingangsdatum tot 19 januari 2009, de datum waarop appellant terugkeerde naar Nederland na een verblijf in het buitenland.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de ingangsdatum af, omdat appellant geen bijzonder geval in de zin van artikel 29 lid 2 Wajong Pro had aangetoond. De rechtbank vond dat appellant in staat was geweest eerder een aanvraag te doen, mede gelet op zijn eerdere studiefinancieringsaanvragen en het deskundigenrapport.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische toestand het eerder aanvragen van de uitkering onmogelijk maakte. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het medisch advies van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant niet psychisch niet-zelfredzaam was geweest en dat er geen medische reden was voor terugwerkende kracht.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de uitkering liet ingaan op de datum van terugkeer naar Nederland en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering ingaat op 19 januari 2009 en wijst het hoger beroep af.