ECLI:NL:CRVB:2013:CA0759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant was tot 28 februari 2009 werkzaam en ontving daarna een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld aantal gewerkte uren (GAA). Het UWV trok de WW-uitkering met terugwerkende kracht per 29 juni 2009 in omdat appellant niet tijdig had gemeld dat hij werkzaamheden was gaan verrichten. Tevens werd een bedrag aan onverschuldigde uitkering teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de intrekking onterecht was en dat het GAA onjuist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken en teruggevorderd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting niet was nagekomen, waardoor de uitkering onterecht was verstrekt. Ook was er geen dringende reden om af te zien van terugvordering. Het GAA was juist vastgesteld en de intrekking per 4 januari 2010 was terecht omdat appellant toen meer uren werkte dan het arbeidsurenverlies.
Het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet was overschreden. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de bestreden uitspraak volledig.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WW-uitkering worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.