ECLI:NL:CRVB:2013:CA0843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd in hoger beroep
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens rug- en schouderklachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 27 januari 2011 omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek geschikt was voor zijn arbeid. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het productiewerk niet in een beschutte omgeving plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV op goede gronden had besloten. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De bezwaararbeidsdeskundige had een werkplekonderzoek uitgevoerd en vastgesteld dat er geen productienormen waren en dat de werkzaamheden niet in een beschutte omgeving hoefden te zijn. De medische onderzoeken van verzekeringsartsen en orthopedisch chirurg gaven geen aanleiding tot twijfel over de geschiktheid van appellant.
Het door appellant overgelegde medisch advies betrof een andere datum en was niet relevant voor de beoordeling per 27 januari 2011. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 27 januari 2011 geschikt was voor zijn arbeid en dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd.