ECLI:NL:CRVB:2013:CA1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, veroorzaakt door een hersenschudding en een hersencyste. Na een herbeoordeling in 2010 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in. Appellant maakte bezwaar en het UWV herzag het besluit tot een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts en bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts juist waren. De rechtbank vond dat appellant in staat was om functies te vervullen die op basis van arbeidskundig onderzoek geschikt voor hem waren, met een passend loon dat overeenkomt met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verwees naar medische rapporten die zijn arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% stelden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe informatie had overgelegd die aanleiding gaf tot een ander oordeel en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en verlaging WAO-uitkering bevestigd.