ECLI:NL:CRVB:2013:CA1571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens niet-nakomen arbeidsinschakelingsverplichting
Appellante ontvangt sinds 1986 bijstand en heeft meerdere malen voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling gevolgd zonder resultaat. In 2009 weigerde zij twee keer een werktraject bij WerkNu te aanvaarden, waarop de commissie haar bijstand met 100% verlaagde. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de commissie ten onrechte uitging van weigering van algemeen geaccepteerde arbeid, terwijl het ging om een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Hierdoor berusten de besluiten niet op een juiste grondslag en worden ze vernietigd. De Raad stelt zelf vast dat appellante haar verplichting tot gebruik van de voorziening niet is nagekomen.
De Raad weegt medische rapportages en verklaringen over het werktraject en concludeert dat het traject passend was en niet neerkwam op werk aan de lopende band. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij ziek was op 2 juni 2009. Gezien de omstandigheden is een verlaging van de bijstand met 50% over de genoemde perioden passend.
De commissie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De uitspraak vervangt de eerdere besluiten en is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2013.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt over twee perioden met 50% verlaagd wegens het niet aangaan van het aangeboden werktraject.